Level 1 Zoeken
Met het beroepenspel Dream2Work Match me!

Spellen en opdrachten

Hoe oriënteer ik op werk met het kansberoepenspel Dream2Work Match me?

VOOR JONGEREN – Een kansberoep bij Dream2Work is een beroep waar veel werk in is. Je leert het meest over deze beroepen met een spel dat je met je handen kunt spelen. Daarom maakten wij de 60 kansberoepenkaarten voor op school of voor thuis. Door de kaarten weet je meer over werk en kom je op ideeën. Zie de spellen/opdrachten én online kaarten hieronder.

VOOR SCHOLEN EN OUDERS – Start met werken met de fysieke kaarten en gebruik ze regelmatig. Door het spel en de dialoog gaat werk betekenis krijgen, begrijpt de jongere meer. Dan pas wil hij meer weten van werk en zoekt online.
Wil je het spel bestellen en werken met de kaarten in de klas of thuis? Zie onze contactpagina. Voor vmbo-scholen in Noord-Holland is dit gratis dankzij sponsoring.

Alleen en/of online

Met 3-6 personen

Meer dan 6 personen

Opdrachten alleen en/of online

Wat doe ik?

Op de beroepenkaarten staan doelen op de voorkant. Het doel vertelt wat de medewerker met zijn werk wil bereiken. Wie hij helpt of wat hij maakt. Op de achterkant van de kaart staat de naam van het beroep.

Bekijk de beroepenkaarten. Kies 3 doelen uit waarvan jij denkt dat je weet welk beroep de persoon heeft. Klik op de kaart en lees bovenaan of je het beroep goed hebt geraden.

Kies dan 3 doelen uit waarvan je het beroep nog niet kunt raden. Klik op de kaart en lees de naam van het beroep. Heb je deze naam eerder gehoord?

Kies uit deze 3 laatste beroepen één beroep uit. Lees de informatie over het beroep op deze website. Zou jij dit beroep willen doen? Geef het een cijfer tusse de 1-10. Waarom geef je dit cijfer?

Naar de beroepenkaarten
Wie ben ik?

Op de beroepenkaarten staat op de achterkant een vakje “Wie ben ik?”. Hier staan handige eigenschappen bij dit beroep. De eigenschappen komen uit één van deze 5 categorieën:

Productgericht of mensgericht
Leidend of meewerkend
Flexibele planning of vaste planning
Veel interactie of weinig interactie *
Specialist of generalist **)

*) beïnvloeden van mensen door het werk
**) alles-een-beetje-kunner

Kies uit elke sector 1 beroep uit. Welke eigenschappen staan bij “Wie ben ik?”? Kan jij verklaren waarom deze eigenschappen handig zijn in dit beroep?

Welk van deze eigenschappen zou bij jou kunnen passen?

Naar de beroepenkaarten
Wie herken ik?

Opdracht volgt nog.

Naar de beroepenkaarten

Speel met 3 - 6 personen

Welk beroep houd ik over?

Duur: 30 minuten
De kaarten worden geschud. Eén speler deelt de kaarten blind uit. Iedere speler krijgt drie kaarten. Drie kaarten worden in het midden gelegd.

De eerste speler links van de uitdeler begint te spelen. Hij bekijkt de 3 kaarten in het midden op tafel. Vindt hij deze 3 kaarten beter bij hem passen dan de drie kaarten in zijn handen mag hij de kaarten omruilen. Dan is de volgende aan de beurt.
Vindt hij de kaarten niet beter, dan mag hij 1 kaart in zijn handen ruilen met een kaarten op tafel. Dan is de volgende aan de beurt. Die mag 1 kaart uit zijn handen ruilen met een kaart op tafel. Het ruilen gaat net zo lang door, tot iemand niet meer wil ruilen, omdat hij de kaarten in zijn handen beter vindt. Hij zegt ‘pas’. De andere spelers mogen nog 1 ronde doorspelen.

Aan het eind kiest iedereen één kaart uit zijn handen uit en zoekt online informatie op over het beroep.

Welk beroep heb ik?

Duur: 15 minuten
Elke speler krijgt een kaart met (behang-)tape op de rug geplakt. De achterzijde van de kaart met de naam van het beroep is zichtbaar.

Eén speler is eerst aan de beurt. Hij probeert met maximaal 10 vragen erachter te komen welk beroep hij uitoefent. Hij mag natuurlijk niet vragen: welk beroep is het? Wel mag hij andere vragen stellen, bijvoorbeeld over de omgeving waar hij werkt. Welke kleding hij draagt. Of over zijn eigenschappen, vaardigheden, kennis of ontmoetingen.

De speler die met de minste vragen raadt wat zijn beroep is, heeft gewonnen.

Welk beroep geef ik weg?

Duur: 30 minuten

Spel volgt nog.

Speel met meer dan 6 personen

Welk beroep beeld ik uit?

Duur: 30 minuten
Eén speler pakt een beroepenkaart. Hij laat de groep niet zien welke kaart hij heeft.

De speler krijgt 1 minuut de tijd om uit te beelden wat het beroep op de kaart is, zonder te praten. De andere spelers raden welk beroep hij uitbeeldt. De speler die dat het eerst raadt, krijgt een punt.

De spelers beelden om de beurt een beroep uit. De speler die aan het eind de meeste punten heeft, wint.

Variatie: De speler die de beroepenkaart heeft gepakt, tekent het beroep op een bord. De andere spelers raden welk beroep het is.

Wat is bekend en onbekend?

Duur: 30 minuten
Aan de ene kant van de klas ligt Bekend terrein. Aan de andere kant ligt Onbekend terrein. Alle spelers staan in Onbekend terrein.
Eén speler is de jury. Hij staat aan de zijkant en pakt een beroepenkaart. Hij leest de naam van het beroep en de sector (achterkant) en het doel (voorkant).
De spelers die iets van het beroep denken te weten lopen naar Bekend terrein.

De jury vraagt een speler die in Bekend terrein staat om in 15 seconden iets over het beroep te vertellen. Zodra de speler een term noemt die in één van de vier vakken op de achterkant van de kaart staat, krijgt hij een punt van de jury. Dan mag een andere speler uit Bekend terrein het verhaal overnemen en een punt proberen te scoren. Maximaal 3 verhalen.

De jury wijst een nieuw jurylid aan uit de spelers die wachten op Onbekend terrein. Het nieuwe jurylid pakt een beroepenkaart. Enz.

Wie raadt het meest in 60 seconden?

Duur: 30 minuten
De spelers worden verdeeld in twee gelijke groepen. De beroepenkaarten zijn geschud en liggen in een doos.

Eén team begint. Een speler uit dat team pakt zonder kijken een kaart uit de doos. Dan laat hij de voorkant van de kaart met de foto en het doel erop zien aan zijn team. Het team leest het doel hardop voor. De speler leest zelf de termen op de achterkant van de kaart.

De timer wordt gezet op 60 seconden. De speler leest de naam van het beroep hardop voor. De teamleden mogen in 60 seconden woorden raden die op de achterkant kunnen staan. Ze praten niet door elkaar, maar na elkaar. Na elk woord zegt de speler of het op de kaart staat met ‘ja’ of ‘nee’.

Het team dat de meeste woorden goed raadt in 60 seconden heeft gewonnen.

De beroepenkaarten in 5 hoofdsectoren

TECHNIEK (27)

Subsectoren
Metaaltechniek
Installatietechniek
Elektrotechniek
Procestechniek
ICT techniek
Auto-, scheeps-, vliegtuigtechniek

ECONOMIE (14)

Subsectoren
Transport & logistiek
Zakelijke dienstverlening
Horeca
Detailhandel
Veiligheid

BOUW & INFRA (7)

Subsectoren
Bouw
Infra (grond, weg en waterbouw)

ZORG & WELZIJN (6)
GROEN (4)

Bouw & Infra

Zorg & Welzijn

Techniek

Groen

Economie

Het project begeleiden op de werkvloer

De meest prachtige producten van metaal maken

Een goed functionerend team leiding geven

Bieden van optimale beveiliging service voor de klant

Kwalitatieve goede producten leveren aan de klant

Mensen een gelukkige oude dag bezorgen

Bewerken van metaal met computer gestuurde machines

Het nauwkeurig verzorgen van bestratingen

Samen van hout mooie dingen maken